Ik ben klaar voor het sportjaar 2010. Het was niet goedkoop, maar de noodzakelijke investeringen zijn gedaan. Veel keus had ik overigens niet. Na afloop van de Olympische Winterspelen werd mij in huiselijke kring fijntjes voorspeld dat mijn huwelijk wel eens een stuk korter kon gaan duren dan oorspronkelijk gepland, als ‘jouw vrienden van Studio Sport’ bij het volgende sportevenement óók door de huiskamer zouden galmen. Daarom trof ik – met de Giro, Tour en het WK Voetbal in aantocht – mijn maatregelen: een nieuw huis mét geluidsdichte tv-kamer.
Je wilt zo’n investering natuurlijk optimaal laten renderen. In mijn geval betekent dat: zoveel mogelijk topsportevenementen bekijken. De Olympische Jeugd Zomerspelen en het EK Korfbal? Direct ingepland. Het meest verheug ik me erop om, in de totale afzondering van mijn nieuwe kamertje, het nieuwe wereldrecord op de 100 meter sprint te aanschouwen. Met net zoveel herhalingen als ik zelf wil.
Die droom lijkt dit jaar echter niet uit te komen. Usain Bolt, de enige die zijn eigen supertijd van 9.58 seconden kan verbeteren, vindt het namelijk nodig om juist in 2010 een rustpauze in te lassen. Beetje chillen. Beetje investeren in goede doelen. Dat acht meneer belangrijker dan snoeihard te rennen.
Onverstandig. Niet alleen zullen de atletiekgala’s zonder zijn uitschuifbare benen en heupwiegende vreugdedansjes dodelijk saai zijn; Bolt maakt ook een denkfout. De Jamaicaan meent zelf dat hij door minder te trainen genoeg tijd heeft om (naast doelloos rond te hangen op het strand) geld in te zamelen voor een kliniek bij hem in de buurt. Ik geef hem weinig kans op succes. Juist omdat hij zo weinig traint.
Met zijn liefdadigheid schaart de sprinter zich in een illuster rijtje topsporters, zoals Woods, Armstrong en Drogba. De sportwereld lijkt soms vergeven van de Moeder Theresa’s. Niet dat ik twijfel aan de oprechtheid van deze grootheden, maar er is méér aan de hand.
Feit is dat sport drijft op goodwill. Buitensporige salarissen voor golfers, de zweem van dopingmisbruik, megadure stadions in ontwikkelingslanden: het kan alleen als het grote publiek het pikt. Het imago van de sport is cruciaal. Uit marketingoverwegingen kán sport helemaal niet zonder charitas.
Bolt begrijpt dat marketingdenken. Het geld dat binnenstroomt voor het goede doel, is ook goed voor zijn eigenwaarde en imago – en daarmee voor de kans op lucratieve sponsorcontracten. Wat hij echter vergeet, is dat hij aan twee belangrijke voorwaarden moet voldoen om ook op liefdadigheidsterrein succesvol te zijn.
Ten eerste moet een sporter van onbesproken gedrag zijn. Tiger Woods toonde met elf minnaressen weliswaar aan veel naasten lief te hebben, maar het heeft de inkomsten van zijn stichting geen goed gedaan. Levensgenieter Bolt moet dus uitkijken met wie hij allemaal loopt te chillen op dat strand. Ten tweede dient de sporter actief te zijn. Lance Armstrong klom niet voor niets na een paar jaar weer op de fiets om zijn Livestrong-organisatie te promoten. Het is simpel: zonder een sprintende sprinter ook geen aandacht voor een jammerend Jamaicaans ziekenhuis.
Bolt kan zich dus helemaal geen rustjaar permitteren. Voor een optimaal rendement moet hij als de bliksem een nieuw wereldrecord lopen.
Ik zit er klaar voor.
Frank van Eekeren

